De waggeldans is een speciale "figuur-van-acht"-dans die door de honingbij in de bijenkorf wordt uitgevoerd. Hiermee vertelt een werkster aan de anderen waar zij nectar heeft gevonden. Dit werd aangetoond door de Oostenrijkse etholoog Karl von Frisch, die hiermee een centrale bijdrage leverde aan ons begrip van bijencommunicatie en daarvoor in 1973 de Nobelprijs kreeg.
Hoe de waggeldans informatie overbrengt
De dans is een vorm van communicatie voor bijen. Tijdens de dans combineert de dansende werkster meerdere signalen om andere bijen informatie te geven over de richting en afstand naar bronnen zoals bloemen met nectar of stuifmeel, of beide. Ook locaties met water kunnen zo worden aangegeven.
- Richting: De richting wordt aangegeven ten opzichte van de zon. Op het verticale raatvlak correspondeert de hoek van de rechte "waggelloop" ten opzichte van de verticale as met de hoek ten opzichte van de zon die voor de bron moet worden aangehouden. Als de bij bijvoorbeeld 30° naar rechts van de verticale waggelt, ligt de bron ongeveer 30° rechts van de zon.
- Afstand: De afstand wordt ongeveer gecodeerd door de duur en snelheid van de waggelloop en door de intensiteit van de dans. Hoe langer en heviger de waggelloop, hoe verder de bron doorgaans ligt; dit geldt voor afstanden tot enkele kilometers.
- Kwaliteit: De levendigheid van de dans, het frequent herhalen en soms de hoeveelheid voedsel die de danser bij zich draagt (en deelt) geven een indruk van de rijkdom of aantrekkelijkheid van de bron.
Andere signalen die de dans ondersteunen
De waggeldans is geen puur visueel teken; meerdere modaliteiten spelen mee:
- Luchtdruk en geluid: het trillen van het lichaam en de voortgebrachte luchtstromingen kunnen door andere bijen worden waargenomen.
- Vibraties: de danser genereert korte trillingen die over de raat doorgeven worden en door volgers gevoeld kunnen worden.
- Geuren en smaak: de danser brengt vaak bloemgeuren of kleine hoeveelheden nectar mee. Volgers kunnen die geur of een monster proeven (trophallaxis) en daarmee de juiste bloemsoort herkennen.
- Pheromonen en stopsignalen: bij gevaar of onaantrekkelijke locaties kunnen andere signalen (zoals korte onderbrekende vibraties, een "stop signaal") gebruikt worden om de werving te remmen.
Rondedans versus waggeldans
Vroeger werd onderscheid gemaakt tussen twee totaal verschillende "wervingsdansen": de rondedans voor dichtbij gelegen bronnen en de klassieke waggeldans voor verder weg. Het is nu bekend dat een rondedans in feite een variant van de waggeldans is: bij zeer korte afstanden is de waggelloop extreem kort of bijna afwezig, waardoor de dans er rondelementen van gaat vertonen. De onderliggende informatievergaring en -overdracht is echter hetzelfde.
Hoe bijen navigeren tijdens de vlucht
Buiten de korf gebruiken bijen meerdere navigatiebronnen om de aangegeven richting en afstand te vinden:
- De zon als kompas: bijen kunnen de positie van de zon inschatten en compenseren voor de beweging van de zon gedurende de dag.
- Gepolariseerd licht: ook op bewolkte dagen gebruiken ze gepolariseerd zonlicht aan de hemel om een draagbare richting te bepalen.
- Optische stroom en landmarks: tijdens de vlucht schatten bijen afstanden in aan de hand van de hoeveelheid beeldverandering (optische flow) en aan herkenbare landschapselementen.
Betekenis en beperkingen
De waggeldans is een efficiënte manier om nestgenoten doelgericht te rekruteren en zo hulpbronnen voor de bijenkorf te verzamelen. Toch is de informatieoverdracht niet feilloos: niet elke volger vindt altijd direct de bron die wordt beschreven. Soms gebruiken volgers de dans als een aanwijzing samen met geursporen en eigen verkenning. Ook kunnen meerdere dansers concurrerende locaties aanprijzen; de populatiedynamiek van volgers en dansfrequenties bepaalt uiteindelijk welke bron intensiever wordt bezocht.
Samengevat is de waggeldans een complex, multimodaal communicatiesysteem waarbij richting, afstand en kwaliteit worden doorgegeven via hoek, duur, trillingen, geur en gedrag. Het is een van de meest opvallende voorbeelden van geavanceerde communicatie bij insecten en toont hoe collectieve besluitvorming in een kolonie efficiënt kan verlopen.

