De term afwisseling van generaties wordt gebruikt om een proces in de levenscyclus van sommige eukaryoten te beschrijven. Het beschrijft een afwisseling in vormen die voorkomt in planten en sommige protisten. Een vorm is diploïde, met 2n chromosomen: de sporofyt. De andere vorm is haploïde, met slechts één set chromosomen: de gametofyt. Beide vormen zijn meercellig.

Bij seksuele voortplanting hebben organismen een haploïde fase met één set chromosomen en een diploïde fase met twee sets chromosomen. Bij dieren is het lichaam (soma) meestal diploïde, terwijl de haploïde fase alleen de gameten is. Bij andere eukaryoten kan afwisseling van generaties voorkomen. Dit betekent dat zowel de diploïde als de haploïde fase multicellulaire organismen zijn. Het klassieke voorbeeld zijn de mossen, waarbij de groene plant een haploïde gametofyt is, en de voortplantingsfase de diploïde sporofyt. De twee vormen komen vaak samen voor, zoals te zien is in de afbeelding hiernaast.

De term afwisseling van generaties verwijst alleen naar de seksuele cyclus; organismen hebben vaak ook aseksuele voortplanting. De term moet niet worden verward met de levenscyclusstadia bij dieren, die er misschien heel anders uitzien, maar waarbij alle cellen twee sets chromosomen hebben.