Het Euthanasiecentrum Hartheim (Duits: NS-Tötungsanstalt Hartheim) was een nationaal-socialistisch moordcentrum dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt om mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking te doden. Het centrum maakte deel uit van het georganiseerde programma van de nazi's om personen die zij als ontoereikend of "leven onwaardig" beschouwden systematisch uit te schakelen. Deze ideeën zijn geworteld in de door de nazi's aangehangen theorieën over eugenetica. Hartheim was een van de zes zogeheten "euthanasiecentra" die werden ingericht binnen het T4-programma en was gehuisvest in kasteel Hartheim in Alkoven, in de buurt van Linz in Oostenrijk. Het programma richtte zich in de eerste instantie op mensen met een handicap, en kreeg ondersteuning vanuit delen van de medische en bureaucratische apparaten van nazi-Duitsland.
Achtergrond
De term "euthanasie" werd door de nazi's gebruikt als eufemisme voor staatsgefaseerde moord. Het formeel georganiseerde deel van dit beleid staat in historische literatuur bekend als Aktion T4, genoemd naar het adres van het centrale coördinatiekantoor. Formeel verliep het programma tussen 1939 en 1941, maar de uitvoering en verwante moordcampagnes gingen in verschillende vormen door gedurende de oorlogsjaren.
Werkwijze
In Hartheim werden patiënten uit psychiatrische ziekenhuizen en verzorgingshuizen verzameld en per trein of bus overgebracht. Personeel voerde medische selectieonderzoeken uit. In het centrum werden vergassingsruimtes gebruikt; slachtoffers werden na overlijden gecremeerd. De organisatie hanteerde administratieve procedures om het aantal doden te registreren en rapportages richting hogere instanties op te maken. Naast patiënten uit de geestelijke gezondheidszorg werden later ook gevangenen uit concentratiekampen en ziekenhuizen naar Hartheim overgebracht om te worden gedood.
Slachtoffers
De slachtoffers van Hartheim en van de andere euthanasiecentra waren voornamelijk mensen die vanwege handicap, ziekte of ouderdom als doelwit werden aangemerkt. Onder de slachtoffers bevonden zich ook kinderen (de zogeheten "Kinder-Euthanasie") en mensen die door het regime als economisch of maatschappelijk belastend werden gezien. Historici schatten dat in de euthanasiecentra in totaal tienduizenden mensen zijn vermoord; schattingen voor Hartheim zelf variëren en lopen uiteen, zodat exacte aantallen moeilijk vast te stellen zijn.
Nasleep en herdenking
Officiële beslissingen voor Aktion T4 werden in 1941 teruggetrokken onder druk van publieke verontwaardiging en kerkelijke tegenstand, maar veel dodelijke praktijken werden daarna op andere manieren voortgezet. Na de oorlog werden sommige verantwoordelijken berecht, maar gerechtigheid was vaak fragmentarisch en onvolledig. Kasteel Hartheim is tegenwoordig een plaats van herinnering en studie: er is een herdenking ter nagedachtenis aan de slachtoffers en een documentatiecentrum dat onderzoek, educatie en publieke informatie aanbiedt over de gebeurtenissen en hun plaats in de naziteregimepolitiek.
Het onderzoek naar de euthanasiepraktijken en de systematische selectie en vernietiging van leven onder het nationaalsocialisme blijft onderwerp van historisch, juridisch en ethisch onderzoek. Herdenkings- en educatieve initiatieven houden de herinnering levend en zetten zich in voor verdere documentatie en nazorg voor nabestaanden en getroffen gemeenschappen.



