De aardbeving en tsunami van 2011 in de Tōhoku-regio was een aardbeving met een kracht van 9,0 die gevolgd werd door tsunamigolven. Ze werd gemeten met een kracht van 8,4 op de seismische intensiteitsschaal van de JMA. De aardbeving vond plaats op 130 kilometer (81 mijl) van Sendai, in de prefectuur Miyagi, aan de oostkust van de Tōhoku van Japan, op 11 maart 2011 om 05:46:23 UTC. Ze vond plaats op een diepte van 24,4 km (15,2 mijl). Het was de krachtigste aardbeving die Japan in de geschiedenis heeft getroffen. Het was ook de op drie na krachtigste aardbeving op aarde sinds het begin van de moderne registratie in 1900.
Seismische oorzaak en kenmerken
De beving was een megathrust-aardbeving in de Japanse Trench, veroorzaakt door de subductie van de Pacifische plaat onder de (Okhotsk-/Noord-Amerikaanse) plaat. Door de enorme verplaatsing van het zeevloersegment ontstond een verplaatsing van grote hoeveelheden water en werden krachtige tsunamigolven gegenereerd. De shock produceerde ook talrijke krachtige naschokken, sommige met magnitudes boven 7,0, die dagen tot maanden na 11 maart werden gevoeld.
Tsunami: hoogte, bereik en verwoesting
De daaropvolgende tsunami bereikte langs delen van de kust uitzonderlijk grote hoogten. Op sommige plaatsen, met name in de prefecturen Iwate, Miyagi en Fukushima, overstegen de golven tientallen meters; de maximum gemeten hoogte lag rond de 40 meter op sommige lokale locaties. De tsunami verwoestte kusten, dorpen, havens en industrieterreinen en sleepte gebouwen, auto’s en schepen mee landinwaarts.
- Kustverwoesting: complete dorpen en wijken werden weggevaagd, met ernstige schade aan infrastructuur zoals wegen, spoorlijnen en havens.
- Drijfafval: tonnen puin en wrakstukken werden over de Stille Oceaan verspreid en spoelden later aan op kusten van andere landen.
- Vroege waarschuwingen: hoewel er tsunamiwaarschuwingen werden uitgegeven en veel mensen in kustgebieden konden vluchten, waren enkele locaties onvoldoende beschermd of was de evacuatie onmogelijk wegens de snelheid en hoogte van de golven.
Kernramp bij Fukushima Daiichi
De tsunami beschadigde de koelsystemen van de kerncentrale Fukushima Daiichi, waardoor in meerdere reactoren kernsmeltingen en explosies plaatsvonden. Dit leidde tot de grootste nucleaire crisis sinds Tsjernobyl, uitgebreide evacuaties in de directe omgeving en langdurige zorgen over radioactieve besmetting van land en zee. Grootschalige sanerings- en decontaminatieprogramma’s en lange termijn monitoring van milieu en gezondheid werden noodzakelijk.
Slachtoffers, evacuaties en humanitaire gevolgen
De menselijke tol was hoog. Naast de onmiddellijke slachtoffers veroorzaakten verdrinkingen, instortingen en secundaire ongevallen vele doden en verwondingen. Veel mensen raakten ontheemd door de verwoesting van woonwijken en door gedwongen evacuaties, met name rond de Fukushima-reactoren.
Op 10 februari 2015 bevestigde het rapport van het Japanse Nationale Politiebureau 15.890 doden, 6.152 gewonden en 2.590 vermisten. Deze cijfers geven een deel van de omvang weer; officiële tellingen en registraties zijn door de jaren heen verder geactualiseerd en uiteenlopend gerapporteerd in verschillende overzichten en onderzoeken.
Economische en maatschappelijke gevolgen
- Economische schade: de directe en indirecte economische schade liep in de tientallen tot honderden miljarden dollars; de ramp wordt gerekend tot de duurste natuurramp ooit voor de wereldwijde economie in die periode, met enorme verliezen in visserij, industrie en infrastructuur.
- Transport en energie: spoor- en wegverbindingen werden zwaar beschadigd, havens lagen buiten gebruik en de energielevering in delen van Japan werd lang beïnvloed.
- Langdurige opvang: tienduizenden mensen verbleven lange tijd in opvangcentra of tijdelijke huisvesting; herbouw en herstel van gemeenschappen duurden jaren.
Herstel, preventie en lessen
Na de ramp werd veel geïnvesteerd in wederopbouw, versterking van kustverdedigingen en verbeterde waarschuwing- en evacuatiesystemen. Er werden strengere veiligheidsnormen voor kerncentrales ontwikkeld en veel leidde tot heroverwegingen van energiebeleid en rampenplanning in Japan en wereldwijd. De tragedie versterkte ook de nadruk op:
- betere ruimtelijke ordening in tsunami-gevoelige zones,
- snellere en duidelijkere communicatie van waarschuwingen,
- internationale samenwerking bij noodhulp en bij toezicht op nucleaire veiligheid.
Herinnering en nalatenschap
De ramp van 11 maart 2011 laat een diepe indruk achter in Japan en daarbuiten. Jaarlijkse herdenkingen, gedenktekens en musea herinneren aan de slachtoffers en benadrukken de noodzaak van paraatheid en solidariteit. Het herstelwerk en de sociale en ecologische gevolgen lopen deels nog jaren of decennia door, en de gebeurtenis blijft een belangrijk referentiepunt voor rampenbestrijding, nucleaire veiligheid en klimaatbestendige planning.

