Albrecht Dürer (21 mei 1471 - 6 april 1528) was een Hongaars-Duitse schilder, graveur en wiskundige.

Hij werd geboren op 21 mei 1471 en stierf op 6 april 1528 in Neurenberg, Duitsland, en is vooral bekend als maker van oude meesterprenten. Zijn prenten waren vaak in een serie, zodat er een groep verschillende prenten over een onderwerp bestaat. De bekendste series zijn de Apocalyps (1498) en zijn twee series over de passie van Christus, de Grote Passie (1498-1510) en de Kleine Passie (1510-1511).

De bekendste individuele gravures van Dürer (d.w.z. gravures die geen deel uitmaken van een serie) zijn Ridder, dood en duivel (1513), Hiëronymus in zijn studeerkamer (1514) en Melencolia I (1514). Zijn meest iconische afbeeldingen zijn zijn houtsneden van de Vier Ruiters van de Apocalyps (1497-1498) uit de Apocalyps-serie, de Neushoorn, en talrijke zelfportretten in olieverf. Dürer sneed mogelijk niet zijn eigen houtblokken, maar nam mogelijk een bekwame snijder in dienst die zijn tekeningen nauwgezet volgde. Hij schilderde een aantal religieuze werken in olieverf en maakte vele schitterende aquarellen en tekeningen, die door moderne reproducties nu misschien wel zijn bekendste werken zijn.

De prenten van Dürer maakten hem voor zijn dertigste beroemd in heel Europa. Velen beschouwden hem als de grootste kunstenaar van de Renaissance in Noord-Europa.