Cider (of cyder) is een drank gemaakt van vruchtensap, meestal van appels.

In Europa en Oceanië is het een alcoholische drank die wordt gemaakt van appelsap, via een proces dat fermentatie wordt genoemd. In de Verenigde Staten en delen van Canada wordt cider met alcohol hard cider of alcoholische cider genoemd, terwijl cider of appelcider minder zoete, meestal ongefilterde, appelsap betekent.

In de Verenigde Staten en Canada drinkt men rond Halloween en Thanksgiving een speciaal soort cider. Deze cider is meestal ongefilterd, vrij dik, en wordt vaak verwarmd en gekruid met kaneel alvorens hij wordt gedronken. Dit is anders dan de cider in Europa, die meestal niet wordt verwarmd.

Productie en basisproces

Cider wordt gemaakt door appels te persen en het verkregen sap te laten gisten met behulp van gist. Belangrijke stappen zijn:

  • Oogst en selectie: verschillende appelrassen (zoet, zuur, bitter) worden vaak gemengd om de gewenste smaakbalans te krijgen.
  • Persen: het sap wordt uit de appels geperst; dit kan helder of ongefilterd zijn.
  • Fermentatie: natuurlijke of toegevoegde gisten zetten de suikers om in alcohol en kooldioxide.
  • Aanpassingen: na de fermentatie kan men terugsuikeren (back-sweetening), klaren, oppompen of sulfieten toevoegen voor stabiliteit.
  • Carbonatie en botteling: cider kan rustig (still), licht bruisend (petillant) of volledig sprankelend zijn. Carbonatie gebeurt door natuurlijke nagisting op fles of door geforceerde carbonatie.

Het alcoholgehalte varieert, maar commerciële ciders liggen meestal tussen ongeveer 3% en 8% alcohol per volume; er bestaan zowel zeer lichte als zwaardere speciale ciders.

Soorten cider

  • Droog, halfdroog of zoet: afhankelijk van hoeveel restsuiker er overblijft na de gisting.
  • Still, mousserend of sprankelend: variërend van geen tot veel koolzuur.
  • Boeren- of scrumpy-style: vaak rustiek, ongefilterd en met een uitgesproken appelkarakter; traditioneel geproduceerd in het Verenigd Koninkrijk.
  • Franse cidre: (bv. Normandië, Bretagne) vaak licht bruisend en kan zoet tot droog zijn.
  • Spaanse sidra: (Asturië, Baskenland) is vaak vrij droog en wordt traditioneel in een hoge straal geschonken om het te ‘oxideren’.
  • Perry (peer-cider): een vergelijkbare drank gemaakt van peren in plaats van appels.
  • Fruitciders/gearomatiseerde ciders: commercieel populair — toegevoegde bessen, kruiden of andere smaken.
  • Ice cider (ijs-cider): gemaakt van geconcentreerd, bevroren appelsap (bekend uit Quebec); meestal zoeter en vaak serveert als dessertwijn-achtig product.

Verschillen EU vs VS (en Canada)

De belangrijkste praktische verschillen hebben te maken met terminologie, productie en consumentengewoonten:

  • Definitie en naamgeving: In veel Europese landen wordt onder cider gewoonlijk een alcoholische, gefermenteerde drank verstaan. In de Verenigde Staten en delen van Canada kan cider ook niet-alcoholische, vaak ongefilterde appelsap betekenen. Daarom gebruikt men in Noord-Amerika vaak de term hard cider om te verduidelijken dat het om een alcoholische drank gaat.
  • Consumentengebruik: in de VS/Canada is ongepasteuriseerde appelcider populair in oktober/november (seizoen voor Halloween en Thanksgiving) en wordt soms warm geserveerd met specerijen (mulled cider). In Europa worden ciders doorgaans koud gedronken als verfrissend, vaak bij maaltijden.
  • Regelgeving en etikettering: wet- en regelgeving rond belastingen, minimale en maximale alcoholpercentages en ingrediënten kan per regio verschillen, wat invloed heeft op productie en etikettering. Noord-Amerikaanse producenten kunnen ook andere zucer- of aroma-aanpassingen gebruiken om aan de lokale smaak te voldoen.

Regionale tradities en voorbeelden

  • Verenigd Koninkrijk en Ierland: veel traditionele ciders, variërend van zoet tot zeer droog; scrumpy is een typische farmhouse-stijl.
  • Frankrijk: Normandische en Bretonse cidres (cidre) en calvados als gedistilleerde appelproduct.
  • Spanje: Asturiaanse sidra, vaak licht zuur en geserveerd vanuit hoogte (pouring) om de smaak te openen.
  • Canada (Quebec): bekend om ice cider en een groeiende ambachtelijke ciderindustrie.

Serveren, smaakcombinaties en bewaren

  • Serveertemperatuur varieert per stijl: lichte, frisse ciders koud (4–8 °C); vollere of warme specerijciders iets hoger.
  • Cider past goed bij kazen, varkensvlees, gevogelte, stoofschotels en appeldesserts. Droge ciders combineren goed met oesters en zeevruchten.
  • Bewaren: jonge, frisse ciders zijn het lekkerst binnen een jaar; sommige gerijpte ciders kunnen complexer worden bij rijping. Bewaar gekoeld en uit direct zonlicht.

Veiligheid

Ongepasteuriseerde (rauwe) appelcider, zoals vaak in Noord-Amerika verkocht, kan bacteriën bevatten. Risicogroepen (zwangeren, jonge kinderen, ouderen, immuun-gecompromitteerden) wordt aangeraden gepasteuriseerde producten of verhitte cider te kiezen.

Samengevat: hoewel het woord cider internationaal voorkomt, kan het in betekenis en bereiding sterk verschillen per regio — van een koud, licht bruisend alcoholisch drankje in Europa tot een niet-alcoholische, ongefilterde appelsap of een verwarmde specerijdrank in Noord-Amerika. Specifieke productiestijlen zoals perry en ice cider tonen de variatie en creativiteit binnen het genre.