In de mozaïek evolutie zijn sommige personages in een overgangsvorm basaal, terwijl andere opmerkelijk geavanceerd zijn.

Blijkbaar vindt er in sommige lichaamsdelen of systemen snel een evolutionaire verandering plaats zonder dat er in andere delen tegelijkertijd veranderingen plaatsvinden. Een andere definitie is de "evolutie van karakters in verschillende snelheden, zowel binnen als tussen soorten". 408 De plaats ervan in de evolutietheorie valt onder langetermijntrends of macro-evolutie.

Evolutie van een basale (vroege) vorm naar een afgeleide (latere) vorm vindt in fasen plaats. Modules (groepen van karakters) veranderen semi-onafhankelijk van elkaar. Ze veranderen op verschillende momenten, waardoor er een mozaïek van primitieve en afgeleide eigenschappen ontstaat.

Deze veranderingen spelen een leidende rol in grote evolutionaire overgangen. Het kan gaan om speciaties die een reeks van soorten produceren, waarvan er slechts enkele als fossiel worden gevonden.

Het bewijs voor dit idee komt van nature vooral uit de paleontologie. Er wordt niet beweerd dat dit patroon universeel is, maar het is wel gebruikelijk. Er zijn nu een groot aantal voorbeelden van veel verschillende taxa.