Speciatie gaat over hoe soorten zich vormen. Het is een belangrijk onderdeel van de evolutiebiologie.

Darwin dacht dat de meeste soorten rechtstreeks voortkwamen uit reeds bestaande soorten. Dit wordt anagenese genoemd: soorten door verandering, of "fyletische evolutie". Gedurende een groot deel van de 20e eeuw dachten wetenschappers dat de meeste soorten ontstonden door afsplitsing van eerdere soorten. Dit wordt cladogenese genoemd. De algemene opvatting was dat de meeste splitsingen van soorten veroorzaakt of op weg geholpen worden door isolerende mechanismen.

Ongetwijfeld is de fysieke scheiding van soorten die ooit samenleefden een belangrijke factor. Dit wordt geïllustreerd door vele voorbeelden, waarvan er hieronder enkele worden besproken.

Werk in de afgelopen 20 jaar heeft echter een aantal andere oorzaken aangetoond. Uit analyse van de DNA-sequentie van levende wezens is gebleken dat er vaak sprake is van enige hybridisatie tussen verwante soorten. Dat betekent dat door deze kruisingen genen zijn overgedragen. Dat betekent dan weer dat reproductieve isolatie niet de enige definitie van een soort is, en dat voor soortvorming niet altijd allopatrie nodig is (soorten die reproductief gescheiden zijn). De onderstaande paragrafen illustreren het idee dat fysieke scheiding van primair belang was bij de vorming van nieuwe soorten.