Kamikaze (Japans: 神風; letterlijk: "god-wind"; gebruikelijke vertaling: "goddelijke wind") is een woord van Japanse oorsprong. Het verwijst oorspronkelijk naar de naam die de Japanners gaven aan de tyfoon die in de 13e eeuw de Mongoolse invasiemachten beschadigde en hielp het land te redden van een volledige invasie. In de moderne, westerse cultuur wordt het woord kamikaze vooral geassocieerd met de zelfmoordpiloten van het Japanse Rijk aan te duiden. Deze piloten vlogen in de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog met hun vliegtuigen in vijandelijke schepen, maar de term wordt ook breder gebruikt voor andere vormen van zelfmoordaanslagen en roekeloze, alles-of-niets-acties.
Veel mensen in het Westen denken dat kamikaze de officiële naam was die het Japanse leger gaf aan deze eenheden. Dat is onjuist. De formele benaming luidde tokubetsu kōgeki tai (特別攻撃隊), wat letterlijk "speciaal aanvalsteam" betekent. Dit werd vaak afgekort tot tokkōtai (特攻隊). De zelfmoordaanslagen van de marinevliegtuigen droegen de naam shinpū tokubetsu kōgeki tai (神風特別攻撃隊, "divine wind special attack team"). Amerikaanse vertalers lazen de Japanse karakters voor shinpū ("goddelijke wind") echter in een andere uitspraak en gebruikten kamikaze; die naam raakte wijd verspreid en werd na de oorlog ook in Japan gangbaar.
Oorsprong en historische achtergrond
De term is diep geworteld in de Japanse geschiedenis. In 1274 en 1281 ondernamen de legers van de Mongoolse Kublai Khan twee grote invasiepogingen naar Japan. Tijdens de tweede poging troffen sterke stormen en tyfoons de invasiemachten; die gebeurtenissen werden door de Japanners gezien als een goddelijke redding—de "goddelijke wind" die het land beschermde. Deze gebeurtenis kreeg een mythologische en religieuze lading in het Japanse collectieve geheugen en maakte het woord tot een symbool van beschermende en bovenmenselijke tussenkomst.
Ontstaan van de tokkōtai in de Tweede Wereldoorlog
De tokkōtai ontstonden in de laatste fase van de oorlog, toen Japan na verliezen op vele fronten in een steeds moeilijker verdedigingstoestand verzeild raakte. Vanaf 1944 begonnen zowel de leger als de marine speciale eenheden op te richten die met opofferingsmissies vlogen. Redenen voor de invoering waren onder meer strategische wanhoop, het tekort aan brandstof en vliegtuigen, en een militaire cultuur die opofferingsbereidheid, loyaliteit aan de keizer en de bushido-idealen benadrukte. Er bestonden verschillende vormen van zelfmoordwapens: bemande vliegtuigaanvallen (de meest bekende), maar ook bemande torpedo's (kaiten), explosieve speedboten (shinyo) en speciale duik- of aanvalseenheden.
Tactieken, wapens en operaties
Kamikaze-piloten vlogen vaak lichtbewapende toestellen of speciaal aangepaste vliegtuigen richting vijandelijke schepen, met het doel zoveel mogelijk schade te veroorzaken door directe inslag. Soms droegen ze extra explosieven of brandstofladingen. Bekende operaties vonden plaats tijdens de Slag om Leyte Golf, de Slag om Okinawa en bij de verdediging van de Filipijnen en Iwo Jima. Hoewel veel aanvallen resulteerden in beschadiging en zware verliezen voor de geallieerde vloot, varieerden de tactische resultaten: honderden schepen raakten beschadigd en tientallen werden tot zinken gebracht, maar veel kamikaze-missies waren ook dodelijk voor de aangevallenen en de aanvallers zelf.
Aantal slachtoffers en effectiviteit
De exacte cijfers verschillen per bron. Globaal wordt aangenomen dat duizenden jonge Japanse piloten hun leven verloren tijdens kamikaze-missies—ongeveer 3.000 tot 4.000 piloten is een veelgenoemde schatting. Geallieerde verliezen door kamikaze-acties omvatten zowel manschappen als schepen; tientallen schepen zonken en honderden raakten beschadigd. De aanvallen hadden bovendien een groot psychologisch effect op bemanningen en beïnvloedden de operationele planning van de geallieerde vloot (meer nadruk op luchtverdediging, konvooibegeleiding en onderschepping van naderende toestellen).
Opleiding, motivatie en dwang
De selectie en training van tokkōtai-leden varieerden; sommigen meldden zich vrijwillig aan uit patriottische overtuiging of vanwege sociale druk, anderen werden gemotiveerd door indoctrinatie en formele ceremonies die het offer verheerlijken. Er bestond ook druk vanuit hiërarchische en sociale verwachtingen, waardoor werkenol vrijwilligheid soms moeilijk valt vast te stellen. Rituelen zoals afscheidsbrieven, ceremoniële maaltijden en zegenspreuken waren deel van het proces, en het begrip loyaliteit aan de keizer en het vaderland stond centraal.
Nalatenschap en discussie
De erfenis van de kamikaze is complex en controversieel. In Japan bestaan er herdenkingen en gedenkplaatsen voor de gesneuvelde piloten; sommige families en veteranen zien de acties als ultieme offers, terwijl anderen de militaire leiding of oorlogsbereidheid kritiseren. Internationaal roepen kamikaze-acties vragen op over oorlogsvoering, mensenrechten en de grens tussen moed en dwang. Termen als kamikaze worden vandaag ook metaforisch gebruikt om roekeloosheid of zelfdestructief gedrag aan te duiden, en in debat over terrorisme en zelfmoordaanslagen.
Culturele representatie
Kamikaze en tokkōtai verschijnen in talloze films, boeken, memoires en populaire cultuur. Afbeeldingen variëren van heroïsche verheerlijking tot kritische en menselijke portretten van de jonge mannen die deelnamen aan deze missies. De manier waarop kamikaze wordt herinnerd blijft onderwerp van debat in Japanse samenleving en in de internationale geschiedschrijving.
Het begrip en de geschiedenis van kamikaze/tokkōtai zijn dus zowel historisch geladen als cultureel complex. Begrippen als vrijwilligheid, gehoorzaamheid, nationale cultuur en militaire noodzaak spelen elk een rol in hoe de gebeurtenissen van die periode worden geïnterpreteerd en herdenkt.


.png)

_in_Lingayen_Gulf_on_6_January_1945_(NH_79449).jpg)
_in_Lingayen_Gulf_on_6_January_1945_(NH_79450).jpg)
