Het leven van de individuele Beatles veranderde sterk tijdens 1968, en het maken van het "White Album". Paul McCartney was verloofd met actrice Jane Asher, maar zij kwam op een dag vroeg thuis en vond hem met een andere vrouw, Francine Schwartz, een Amerikaanse die voor Apple Corps werkte. Zij en McCartney kregen ruzie, maakten het weer goed, maar besloten later weer uit elkaar te gaan. McCartney begon ook cocaïne te gebruiken. De drug maakte hem moeilijk in de omgang. Later in het jaar ontmoette hij een andere vrouw, Linda Eastman, een Amerikaanse fotografe die een dochter had, genaamd Heather. McCartney hield van kinderen en wilde een gezin stichten, terwijl Jane Asher haar acteercarrière op de eerste plaats wilde zetten. Linda pochte dat ze trots zou zijn om McCartney's kinderen te krijgen. Zij en McCartney werden heel close, heel snel.
John Lennon nodigde Yoko Ono uit bij hem thuis, terwijl Cynthia op vakantie was met vrienden, een weekend in mei. De twee brachten samen een nacht door in Lennon's zolderstudio, luisterden naar zijn avant-garde opnames en maakten er uiteindelijk zelf een. Lennon ontdekte dat Ono "as barmy (crazy) as I was", en dat ze een persoonlijke band hadden op een manier die hij en Cynthia nooit hadden gehad. Ze maakten de opname af, en hadden gemeenschap toen de zon die ochtend opkwam. Ze werden de volgende dag laat wakker, verliefd op elkaar, en besloten om vanaf dat moment bij elkaar te blijven, ook al waren ze beiden getrouwd met andere mensen. Lennon's vrouw Cynthia en Ono's man Anthony Cox namen het nieuws allebei erg zwaar op, met hun kinderen (Lennon's zoon Julian van Cynthia, en Ono's dochter Kyoko van Cox) in het midden.
George Harrison was gegroeid als muzikant en liedjesschrijver, en als beroemdheid. Hij was het jongste lid van de Beatles, en voelde zich altijd "onder de duim" van Lennon en McCartney. Zij en George Martin beperkten het aantal nummers van Harrison dat de Beatles opnamen, en weigerden veel van zijn nummers die andere bands graag zouden opnemen. Dit frustreerde Harrison. Bijna niemand buiten de Beatles wist van de situatie. Vrienden als Ravi Shankar, die Harrison's eerste echte muziekleraar was, en Eric Clapton, zelf een fenomenaal gitarist, behandelden hem anders. Het grootste deel van het publiek zag Harrison als een gelijke met Lennon en McCartney. Harrison begon na te denken over het maken van zijn eigen muziek, weg van de Beatles.
Terug in Abbey Road voelde Ringo Starr zich niet op zijn plaats tijdens de opnamesessies, en dat hij niet nodig was. Paul McCartney vond het drumwerk van Starr op een nummer niet goed, en nam de partij zelf opnieuw op toen Starr er niet was. Dit kwetste Starrs gevoelens, en hij besloot de band te verlaten. Hij bleef een week thuis om met zijn kinderen te spelen en te beslissen wat hij verder met zijn leven zou doen. De andere Beatles misten hem en nodigden hem uit om terug te komen. Toen Starr terugkwam, hadden McCartney en Harrison zijn drumstel bedekt met bloemen en welkom-terug-boodschappen. Starr voelde zich geliefd door zijn bandleden, en bleef.
De veranderingen in het persoonlijke leven van de band kwamen tot uiting in hun nieuwe opnames. In plaats van te klinken als een band die samenwerkt, klonken de nummers als soloartiesten die werkten met een begeleidingsgroep. Ze begonnen ook problemen te krijgen met elkaar. Lennon nam Ono altijd mee naar de studio, waarmee hij een regel overtrad om nooit vrouwen of vriendinnen mee te nemen naar sessies. Ono, die ook muzikante was, sprak haar mening uit over hoe de muziek klonk, en dat verraste iedereen. Harrison begon ook meer voor zichzelf op te komen, wanneer de band samen speelde.
Buiten de studio hielden mensen die voor de Beatles werkten, en de fans van de Beatles in Engeland, niet van Ono's invloed op Lennon, en lieten het paar dat vaak, en soms luid, weten. Toen ze een toneelstuk bijwoonden dat gebaseerd was op de geschriften van Lennon, viel het publiek het paar lastig met de vraag: "Waar is je vrouw, John?" Sommige leden van het publiek maakten racistische opmerkingen over Ono, of noemden haar lelijk.
Ono's nieuwe aanwezigheid in Lennons leven dreef zelfs een wig tussen hem en McCartney. Toen het koppel in McCartney's huis verbleef, liet McCartney een briefje achter voor Lennon dat Ono enorm beledigde. Hij gaf later toe dat het maar een grapje was geweest, maar Lennon had het gevoel dat hij McCartney niet eens meer kende, als hij zo'n belediging kon maken.
Lennon noch Ono konden geloven hoe ze werden behandeld door het publiek, door mensen die voor de Beatles werkten, en zelfs door Lennons vrienden. Ze voelden zich gekwetst en gehaat. Een vriend stelde hen voor heroïne te proberen, om de pijn te verlichten die ze voelden. Het duurde niet lang of de twee waren verslaafd aan de drug. Het veroorzaakte problemen met hun gezondheid, en met hoe ze zich in het openbaar gedroegen.