De grensstaten waren de staten die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog de Unie niet verlieten. De grensstaten waren Delaware, Maryland, Kentucky en Missouri. Nadat West Virginia zich had afgescheiden van Virginia, werd het ook beschouwd als een grensstaat. De meeste grensstaten hadden sterke culturele banden met het Zuiden, maar hadden economische banden met het Noorden. Hoewel ze trouw bleven aan de Unie, waren de grensstaten zelf ook slavenhouders.

In de grensstaten zorgde de oorlog voor verdeelde loyaliteiten. Ze waren het toneel van vaak wrede guerrillaoorlogsvoering waarbij buren tegen buren vochten. De bittere gevoelens in de grensstaten duurden nog lang na de burgeroorlog.