Doorheen de geschiedenis was de noodzaak voor de mensen om vers plantaardig voedsel te eten om hen door lange belegeringen of lange zeereizen te helpen, bekend bij sommige wijze mensen, maar werd vaak vergeten.
De eerste poging om dit idee te bewijzen was van een scheepsdokter van de Britse Royal Navy, James Lind, die in mei 1747 op zee sommige bemanningsleden citroensap gaf naast hun normale scheepsvoedsel, terwijl anderen alleen verder gingen met het normale voedsel.
Uit de resultaten bleek dat citroenen de ziekte tegengingen. Lind schreef zijn werk op en publiceerde het in 1753.
Lind's werk werd traag opgemerkt. In 1795 nam de Britse marine citroen- of limoensap aan als voedsel voor zeelieden.
Naast citroenen, limoenen en sinaasappelen werden zuurkool, gezouten kool, mout en soep uitgeprobeerd, met verschillende effecten. James Cook vertrouwde op zuurkool om de ziekte te voorkomen tijdens zijn lange ontdekkingsreizen.
Men dacht dat alleen mensen scheurbuik kregen, maar in 1907 ontdekten Alex Holst en Theodore Frohlich, twee Noorse scheikundigen, dat ook cavia's scheurbuik konden krijgen als zij geen vers voedsel kregen.
In 1928 bewees de Arctische ontdekkingsreiziger Vilhjalmur Stefansson dat Eskimo (Inuit) mensen in staat zijn scheurbuik te voorkomen met bijna geen plantaardig voedsel in hun dieet door rauw vlees te eten.
In 1912 gebruikte de Pools-Amerikaanse wetenschapper Casimir Funk voor het eerst het woord vitamine voor iets dat in kleine hoeveelheden in voedsel aanwezig is en essentieel is voor de gezondheid. Hij noemde het onbekende dat scheurbuik tegenging Vitamine C.
Van 1928 tot 1933 haalden het Hongaarse onderzoeksteam van Joseph L Svirbely en Albert Szent-Gyorgyi, en afzonderlijk de Amerikaan Charles Glen King, voor het eerst vitamine C uit voedsel en toonden aan dat het om een zuur ging dat zij ascorbinezuur noemden.
In 1933/1934 slaagden de Britse scheikundigen Norman Haworth en Edmund Hirst, en afzonderlijk de Pool Tadeus Reichstein, erin de vitamine te synthetiseren. Het was de eerste door de mens gemaakte vitamine. Dit maakte het mogelijk om veel vitamine C goedkoop in fabrieken te maken. Haworth won in 1937 de Nobelprijs voor scheikunde voor dit werk.
In 1959 toonde de Amerikaan J.J. Burns aan dat de reden waarom sommige dieren scheurbuik krijgen, is dat hun lever één chemisch enzym niet kan maken dat andere dieren wel hebben.