Rijpe papaja's worden vers gegeten, nadat de schil en de pitten verwijderd zijn; soms worden ze in kleine stukjes gesneden en met andere vruchten gemengd voor een fruitsalade. Niet geheel rijpe papaja's kunnen in stukjes worden gesneden en met suiker worden gekookt en als dessert worden gegeten. In tropische streken is het erg populair om papayasap te drinken, nadat de schil en de zaden verwijderd zijn; dit sap kan met melk gemengd worden om smoothies te maken.
Groene papaja's, die niet rijp zijn, worden in sommige Aziatische landen gegeten in salades, curry's en soepen, maar ze moeten worden gekookt voordat ze worden gegeten. Jonge bladeren en stengels worden ook als groente gekookt. Groene papaja wordt zowel rauw als gekookt in de Thaise keuken gebruikt.
De papaja is een bron van ijzer en calcium; een goede bron van vitamine A, B en Riboflavine en een uitstekende bron van vitamine C (ascorbinezuur).
De latex (een sap zoals melk) van de groene vruchten, de bladeren en de stengel zijn rijk aan papaïne, een enzym dat taaie vleesvezels afbreekt. Papaïne is een bestanddeel van producten (vleesvermalsers) die in de winkel worden verkocht en die worden gebruikt om vlees zachter te maken voordat het wordt gekookt.
Papayazaden hebben een peperige smaak en zijn een prima vervanger voor zwarte peperkorrels.