Het West-Nijlvirus (WNV) is een virus dat behoort tot het geslacht Flavivirus. Het veroorzaakt een besmettelijke ziekte die "West-Nijl virus ziekte" of gewoon "West-Nijl virus" wordt genoemd. WNV infecteert vooral vogels, maar het kan ook mensen, paarden, honden, vleermuizen, katten, reptielen en amfibieën besmetten.

Het West-Nijl virus wordt verspreid door muggen, die het virus van vogels krijgen. Als een mug een vogel bijt die WNV heeft, en vervolgens een mens bijt, kan die persoon het West-Nijlvirus krijgen.

Het West-Nijl virus werd voor het eerst ontdekt in 1937, in het West-Nijl gebied van Oeganda, in Oost-Afrika. (Zo heeft het virus zijn naam gekregen.) Voor de jaren negentig waren er echter nog maar weinig gevallen van WNV. Toen was er een uitbraak in Algerije in 1994 en een andere in Roemenië in 1996. In 2004 had het virus zich verspreid naar Noord-Amerika, de Caribische eilanden en Latijns-Amerika. Het blijft zich verspreiden in Afrika, Azië, Australië, Europa, het Midden-Oosten, Canada en de Verenigde Staten. In 2012 vond een van de ergste West-Nijl virus epidemieën plaats in de Verenigde Staten; 286 mensen stierven.

Oorzaken en overdracht

WNV circuleert voornamelijk tussen vogels en muggen. De belangrijkste overdracht naar mensen gebeurt via de beet van geïnfecteerde muggen, met name muggen uit het Culex-geslacht. Vogels fungeren als reservoir (groot virusaanbod), waardoor muggen het virus kunnen oppikken en later overdragen.

  • Primaire vector: Culex-muggen.
  • Reservoir: verschillende vogelsoorten, vooral zangvogels en trekvogels.
  • Andere, minder vaak voorkomende transmissiewegen: bloedtransfusies, orgaantransplantaties en zelden van moeder op kind (in utero of via borstvoeding). Deze vormen van overdracht komen alleen voor als het donorweefsel of bloed geïnfecteerd is.

Incubatieperiode

De incubatieperiode (tijd tussen infectie en het optreden van klachten) is meestal 2–14 dagen, maar kan soms tot ongeveer 21 dagen duren, vooral bij oudere of immuungecompromitteerde personen.

Symptomen

Veel mensen die geïnfecteerd raken hebben helemaal geen klachten. Ongeveer 1 op de 5 geïnfecteerden ontwikkelt milde ziekteverschijnselen; een klein percentage krijgt ernstige ziekte.

  • Milde (West-Nijl koorts): koorts, hoofdpijn, vermoeidheid, spierpijn, koude rillingen, misselijkheid, braken, en soms huiduitslag of gezwollen klieren. Klachten duren meestal enkele dagen tot enkele weken.
  • Ernstige (neuro-invasieve ziekte): dit treedt op bij een klein deel van de patiënten en kan levensbedreigend zijn. Voorbeelden:
    • Encefalitis (hersenontsteking): ernstige hoofdpijn, verwardheid, coma, toevallen.
    • Meningitis (hersenvliesontsteking): stijve nek, ernstige hoofdpijn, koorts.
    • Acute verlammingsverschijnselen (vergelijkbaar met poliomyelitis): plotselinge spierzwakte of verlamming.

Risicogroepen voor ernstige ziekte: ouderen (vooral >60 jaar) en personen met een verzwakt immuunsysteem of onderliggende ziekten (zoals kanker, diabetes, hart- of longziekten).

Diagnose

De diagnose wordt gesteld door een arts met behulp van laboratoriumonderzoek. Veelgebruikte tests zijn:

  • Detectie van WNV-specifieke IgM-antilichamen in bloed of hersenvocht (CSF).
  • PCR (detectie van viraal RNA) in bloed of CSF, vooral in de vroege fase van infectie.
  • Virusisolatie in speciale laboratoria gebeurt minder vaak maar is mogelijk.

Behandeling

Er is geen specifieke antivirale behandeling die WNV geneest. Behandeling is voornamelijk ondersteunend:

  • Rust, voldoende vochtinname en behandeling van koorts en pijn bij milde ziekte.
  • Bij ernstige neuro-invasieve ziekte kan ziekenhuisopname nodig zijn voor ondersteuning van ademhaling, intraveneuze vloeistoffen, bloeddrukmanagement en behandeling van complicaties. Revalidatie kan nodig zijn bij herstel van neurologische uitval.

Preventie

Preventie richt zich op het voorkomen van muggenbeten en het verminderen van muggenpopulaties:

  • Gebruik van muggenwerende middelen op de huid (bijv. DEET, picaridine) en het dragen van bedekkende kleding, met name bij schemering en ‘s nachts.
  • Behandel kleding en uitrusting met permethrin (niet op de huid toepassen).
  • Bescherm woonruimtes met horren en gebruik eventueel klamboes.
  • Voorkom stilstaand water in de omgeving (vijvers, emmers, bloempottenbakjes), waar muggen zich voortplanten.
  • Publieke maatregelen: bestrijding van muggenlarven door gemeentediensten en surveillance van vogelpopulaties en muggen. Lokale gezondheidsdiensten geven bij verhoogd risico vaak aanvullende adviezen.
  • Er bestaan dierenvaccins: er zijn vaccins voor paarden tegen WNV. Voor mensen is geen algemeen beschikbaar, goedgekeurd vaccin op grote schaal in gebruik; onderzoek en ontwikkeling naar menselijke vaccins loopt.

Complicaties en prognose

De meeste mensen die WNV krijgen herstellen volledig, vooral bij milde ziekte. Bij neuro-invasieve ziekte kunnen ernstige complicaties optreden, zoals langdurige neurologische problemen of overlijden. De sterfte bij patiënten met neuro-invasieve WNV is duidelijk hoger, en neemt toe met de leeftijd en bij ernstiger onderliggende aandoeningen.

Verspreiding en geschiedenis (kort overzicht)

Zoals hierboven genoemd werd WNV in 1937 ontdekt in het West-Nijl-gebied van Oeganda. Sindsdien zijn uitbraken waargenomen in Afrika, Europa, het Midden-Oosten, Azië en later Noord- en Zuid-Amerika. Belangrijke gebeurtenissen:

  • 1994: uitbraak in Algerije.
  • 1996: uitbraak in Roemenië.
  • Begin 2000s: introductie en snelle verspreiding in Noord-Amerika, met aanzienlijke impact op zowel mensen als vogels en paarden.
  • 2012: een van de grootste recente epidemieën in de Verenigde Staten, met honderden sterfgevallen.

Wanneer medische hulp zoeken?

Zoek directe medische hulp als iemand na een muggenbeet ernstig ziek wordt, vooral bij symptomen als hoge koorts, verwardheid, aanhoudende braken, moeite met ademhalen, ernstige spierzwakte of neurologische problemen (bv. plotselinge verlamming). Ouderen en mensen met chronische ziekten moeten extra alert zijn.

Voor actuele lokale informatie over WNV, preventieadviezen en meldingsplichtige uitbraken kunt u terecht bij uw lokale gezondheidsdienst of GGD.