De Tien Geboden zijn een reeks regels of wetten. Volgens de Bijbel gaf God ze aan het volk Israël. De geboden bestaan in verschillende versies. Eén versie staat in het Bijbelboek Exodus. Een andere versie staat in het Boek Deuteronomium. In het Boek Exodus wordt de berg waar ze werden gegeven de berg Sinaï genoemd, het Boek Deuteronomium heeft het over de berg Horeb (dezelfde berg Horeb waar God Mozes riep vanuit de brandende struik, Exodus 3:1-3). Beide zijn waarschijnlijk verschillende namen voor dezelfde berg. De wetten werden geschreven op stenen tafelen. Deze wetten zijn belangrijk voor het jodendom en het christendom. Landen die deze godsdiensten volgen, hebben vaak enkele van de geboden als onderdeel van hun burgerlijke wetten.

Soms worden deze regels ook decaloog genoemd (uit het Grieks vertaald als tien uitspraken). De naam decaloog komt voor het eerst voor in de Septuagint. De Israëlieten ontvingen de geboden nadat zij Egypte hadden verlaten tijdens de regering van farao Thoetmosis III. Er zijn verschillende teksten die over de geboden spreken. De meeste staan in de Bijbel: Het boek Exodus, hoofdstuk 20 en het boek Deuteronomium, hoofdstuk 5. De Koran vermeldt de tafelen, maar noemt niet precies dezelfde geboden. Zo begint Koran 17:23-39 met het aanbidden van God alleen en het eren van je ouders.

De Exodus-versie (uit de ESV BIJBEL)