Historici (en soms politicologen) worden ondervraagd en gevraagd om presidenten van de Verenigde Staten een cijfer te geven voor hun algemene prestaties of voor verschillende aspecten van hun leiderschap.

Om te bepalen wat iemand tot een goede of slechte president maakt, worden verschillende factoren in aanmerking genomen. Deze omvatten hun karakter, hun visie voor het land, hun betrekkingen met het congres, hun betrekkingen met buitenlandse leiders (diplomatie), hoe zij de economie beheerden, hoe zij het leger beheerden, en hun algemene politieke vaardigheid.

Om ervoor te zorgen dat de ranglijsten eerlijk zijn, worden in veel enquêtes de meningen van liberale Democraten en conservatieve Republikeinen evenredig verdeeld.

Het is soms moeilijk om een president nauwkeurig te rangschikken, omdat alle presidenten voor totaal verschillende uitdagingen stonden en in verschillende tijden leefden.

Historische opvattingen over Amerikaanse presidenten veranderen vaak in de loop der tijd. Zo had Harry Truman vlak na zijn aftreden zeer lage waarderingscijfers, maar veel historici beschouwen hem nu als een van de grootste presidenten.