Artikel één van de grondwet van de Verenigde Staten stelt de wetgevende macht van de federale regering in, het Congres van de Verenigde Staten. Het Congres is een tweekamerwetgever die bestaat uit een Huis van Afgevaardigden en een Senaat.

Afdeling 1: Wetgevende macht bij het Congres

Alle wetgevende bevoegdheden die hierin zijn verleend, zullen worden toegekend aan een Congres van de Verenigde Staten, dat zal bestaan uit een Senaat en een Huis van Afgevaardigden.

Afdeling 1 geeft de federale wetgevende macht uitsluitend aan het Congres. Artikelen II en III bevatten soortgelijke bepalingen. De eerste geeft de uitvoerende macht aan de president. De tweede verleent de rechterlijke macht aan de federale rechterlijke macht. Deze drie artikelen creëren een scheiding der machten tussen de drie takken van de federale regering. De scheiding der machten was bedoeld om het Congres te beperken tot het maken van wetten, de president tot het handhaven van de wet en de rechtbanken tot het interpreteren van de wet in verschillende gevallen.

Samenstelling, zittingsduur en kiesrecht

Het Congres is bicameraal:

  • Huis van Afgevaardigden: leden worden rechtstreeks gekozen voor termijnen van twee jaar. Zitplaatsen worden verdeeld naar bevolkingsaantal van de staten; de taken en bevoegdheden van het Huis omvatten onder meer het indienen van wetsvoorstellen voor belastingheffing en het starten van impeachmentprocedures.
  • Senaat: bestaat uit twee senatoren per staat, gekozen voor termijnen van zes jaar, waarbij elke twee jaar ongeveer een derde van de zetels ter verkiezing staat. Oorspronkelijk kozen de staatswetgevers de senatoren; sinds de 17e wijziging (1913) worden senatoren rechtstreeks gekozen door de kiezers.

De Grondwet stelt minimumleeftijden en burgerschapseisen voor leden: voor het Huis ten minste 25 jaar oud en zeven jaar staatsburger, voor de Senaat ten minste 30 jaar en negen jaar staatsburger. Beide kamers hebben procedurele regels en leiderschapsposities die hun wetgevende werk organiseren.

Genoemde bevoegdheden van het Congres (Artikel I, Sectie 8)

Artikel I, sectie 8 somt de belangrijkste, uitdrukkelijke bevoegdheden van het Congres op. Belangrijke voorbeelden zijn:

  • belasting en innen van inkomsten, lenen van geld namens de Verenigde Staten;
  • regelen van handel met vreemde naties, tussen staten en met inheemse stammen (de commerce clause);
  • regelen van burgerschapsrecht en naturalisatie;
  • munten slaan en standaardiseren van maat en gewicht;
  • instellen van postkantoren en postroutes;
  • stellen van regels voor het patentrecht en auteursrecht ter bevordering van wetenschap en kunst;
  • verklaren van oorlog en het oprichten en financieren van legers en een vloot;
  • regelen van milities en maken van regels voor het regulier leger.

De zogenaamde Necessary and Proper Clause (slotbepaling van sectie 8) geeft het Congres ook de bevoegdheid om alle wetten te maken die noodzakelijk en geschikt zijn om de in die sectie genoemde bevoegdheden uit te oefenen. Deze clausule is de basis voor veel federale wetgeving die niet letterlijk in de tekst staat maar noodzakelijk wordt geacht om uitvoering te geven aan de expliciete bevoegdheden.

Beperkingen op de wetgevende macht

Artikel I bevat ook beperkingen en verboden voor zowel het Congres als de staten. Voorbeelden:

  • het Congres mag geen bills of attainder of ex post facto-wetten aannemen;
  • het Congres mag geen titels van adel verlenen;
  • de bevoegdheid om habeas corpus op te schorten is beperkt (Artikel I, sectie 9) en kan alleen onder bijzondere omstandigheden;
  • verschillende andere clausules beperken staatswetten die de handelsregeling of internationale verdragen in de weg zouden staan.

Impeachment, benoemingen en controle

Artikel I regelt ook procedures voor impeachment: het Huis van Afgevaardigden heeft het exclusieve recht om aanklachten (articles of impeachment) in te dienen; de Senaat houdt het proces en kan, bij een tweederde meerderheid, een ambtsdrager veroordelen en desgevallend uit zijn functie verwijderen. De Senaat heeft bovendien advies- en instemmingsbevoegdheden bij benoemingen van hoge functionarissen en bij verdragen (met name bijzondere procedures die samenhangen met de uitvoerende macht).

Congres als wetgever en toezichthouder

Naast het aannemen van wetten oefent het Congres toezicht uit op de uitvoerende macht. Formeel staat in de Grondwet niet expliciet dat het Congres onderzoeksbevoegdheid heeft, maar historisch en praktisch heeft het Congres altijd onderzoek gedaan en hoorzittingen gehouden als onderdeel van zijn controlefunctie. Het Hooggerechtshof heeft dit in de praktijk bevestigd als een impliciete bevoegdheid.

McGrain v. Daugherty (1927) is een belangrijk arrest waarin het Hooggerechtshof oordeelde dat het Congres bevoegd is om getuigen op te roepen en bewijs te verzamelen in het kader van een legitiem wetgevend doel. Sindsdien zijn er verdere uitspraken geweest die het bereik en de grenzen van dit toezicht verduidelijken: onderzoeken moeten samenhangen met een mogelijk wetgevend doel en mogen niet louter politiek of vervolgend van aard zijn. Congrescommissies hebben macht om subpoenas uit te vaardigen, getuigen onder ede te horen en bij niet-naleving sancties te treffen, waaronder soms gerechtelijke handhaving van subpoenas.

Controlemechanismen en samenhang met overige machten

De werking van het Congres staat niet op zichzelf: er bestaan checks and balances tussen de machten. De president kan wetsvoorstellen vetoën; het Congres kan met tweederde meerderheid in beide kamers een veto metterdaad overstemmen. De rechterlijke macht kan wetgeving toetsen aan de Grondwet (judicial review), zoals vastgesteld in Marbury v. Madison en later zaken. De verdragen- en benoemingsbevoegdheden van de uitvoerende macht vereisen vaak instemming van de Senaat, zodat de takken elkaar controleren en beïnvloeden.

Historische en actuele betekenis

Artikel I heeft zich in de loop van de tijd via jurisprudentie en politieke praktijk verder ontwikkeld. Bepalingen zoals de commerce clause en de Necessary and Proper Clause hebben geleid tot een aanzienlijke uitbreiding van federale bevoegdheden in bepaalde perioden, terwijl rechterlijke uitspraken soms beperkingen hebben aangebracht (bijv. United States v. Lopez waarin federale reikwijdte van de commerce clause werd beperkt ten aanzien van bepaalde lokale activiteiten). Het evenwicht tussen federale en staatsmacht wordt mede bepaald door interpretatie van Artikel I en latere amendementen zoals de 17e wijziging.

Samengevat: Artikel I vestigt het Congres als de centrale wetgevende macht van de federale overheid, beschrijft zijn samenstelling en bevoegdheden, stelt belangrijke beperkingen vast en vormt samen met Artikelen II en III de basis voor de scheiding der machten en het systeem van checks and balances in de Verenigde Staten.