Esperanto is een geconstrueerde hulptaal. De maker was L.L. Zamenhof, een Poolse oogarts. Hij creëerde de taal om de internationale communicatie te vergemakkelijken. Zijn doel was om Esperanto zo te ontwerpen dat mensen het veel gemakkelijker kunnen leren dan welke andere nationale taal dan ook.

In het begin noemde Zamenhof de taal La Internacia Lingvo, wat "De Internationale Taal" betekent in het Esperanto. Al snel begon men het te noemen onder de eenvoudigere naam Esperanto, wat "iemand die hoopt" betekent. Die naam komt van Doktoro Esperanto ("Doctor who hopes"), zoals Zamenhof zichzelf noemde in zijn eerste boek over Esperanto.

Er zijn mensen die Esperanto spreken in vele landen en op alle grote continenten. Niemand weet precies hoeveel mensen er nu Esperanto spreken in de wereld. De meeste bronnen zeggen dat er tussen enkele honderdduizenden en twee miljoen Esperanto-sprekers zijn. Een paar mensen zijn opgegroeid met Esperanto als eerste taal. Misschien zijn er wel zo'n 2000 van deze mensen. Daarom is Esperanto de meest gebruikte geconstrueerde taal ter wereld.

Iemand die Esperanto spreekt of ondersteunt wordt vaak een "Esperantist" genoemd.